Zo ken ik je weer





Ik heb je gesmst omdat er niemand anders was die de grap zou begrijpen. Omdat er een meisje op het feestje was dat precies op M leek, en niemand anders M kent.

Vroeg in de ochtend fietste ik naar huis en de wolken kleurden oranje.

De zon kwam op achter het station en ik smste je.

Ik sms je nu.

Het was niet moeilijk om je uit mijn telefoon te zetten. Nu staat je naam niet meer boven je laatste berichten, maar ik weet dat ze van jou zijn, omdat ik je nummer uit mijn hoofd ken.

We kenden elkaar uit de tijd dat mensen nog nummers waren.

Na een gepaste periode zal je nummer vergeven worden. Een nieuw iemand zal die getallen krijgen en beginnen te praten, te berichten, te leven. Af en toe zal hij een berichtje krijgen van een afzender die hij niet kent.

Zeker saai, daaro?

Moet je niet met je echte vrienden hangen?

Was gisteren met Boor en Arie. Was niet hetzelfde.

Misschien zal hij op een gegeven moment iets terugsturen.

Wie ben je? zal hij schrijven. Herken je nummer niet.

Ik zal me voornemen je niet meer lastig te vallen.

Maar wat nou, als ik je wil laten weten dat het goed met me gaat?

Dat ik door Piemonte reed en aan je moest denken. Dat ik gelukkig ben, maar ook nog steeds verdrietig? Dat ik het nog altijd niet begrijp?

Het kan niet anders of hij zal mijn berichtjes grappig gaan vinden.

Misschien wordt hij benieuwd naar wie ze steeds schrijft.

Gozer, zal hij sturen, ken je niet. Maar zie geen belemmering voor bier.

Breed zal ik grijnzen, en schrijven: Zo ken ik je weer.

[Fotografie: Frieda Verbree]