Chruschiki in de zomer





Ana kwam langs. Ze deed de voordeur open met haar eigen sleutel, stapte over de drempel en liet het zonlicht in een scherpe rechthoek binnenvallen. Waar ze liep kwam het stof als nevel uit het tapijt omhoog.

‘Dit kan zo niet, papa’, zei ze. Ze trok haar leren handschoenen uit alsof ze haar gebeten hadden en gooide ze op de tafel, waar ze bleven liggen om te sterven. ‘Waarom bewaar je al die rommel? Mijn God.’

‘Ana’, zei ik. ‘De deur staat nog open.’

Haar hakken straften de vloer. Toen ze door de schuifdeuren naar de andere kamer verdween, bleef haar stem achter: ‘En al die kranten hier. Wanneer heb je voor het laatst iets weggedaan? Vijf jaar? Tien?’

Met een klap opende ze het raam. Ik keek naar mijn pantoffels en trok mijn trui strakker om mijn schouders. De stofnevel boven het tapijt kwam in beweging, en met de tocht kwam de kou.

Opeens zat ze naast me, haar handen op de leuning van mijn stoel. Haar ogen waren precies die van Nadia, en even vergat ik waar ik was. Wanneer ik was. De zon scheen op het gras van de achtertuin. Nadia had de tafel buiten gedekt. Weckpotten met perziken en appelstook en de geur van versgefrituurde chruschiki met smeltende poedersuiker…

‘Papa, luister je wel?’

Het klopte niet. Chruschiki in de zomer?

‘Papa?’

Nu pas zag ik dat de huid onder haar ogen rood was. De haartjes van haar wimpers zaten aan elkaar geplakt en haar adem rook naar drank.

‘Ana’, zei ik. ‘Wat is er?’

‘Papa, kan ik een tijdje bij jou logeren?’

[Fotografie: Annemarijne Bax]